Begrippenlijst
-
A
- Aankoopwaardegarantieverzekering
Dit is een verzekering die de waardedaling van een woning verzekert. De verzekering is af te sluiten in de vorm van zowel een koopsom als een premiebetaling bij de aankoop van de woning.
- Afkoopwaarde
Bij het vroegtijdig beëindigen van een levensverzekering word de afkoopwaarde uitgekeerd. De afkoopwaarde minus de in rekening gebrachte kosten worden in dit geval uitgekeerd aan de verzekeringsnemer. Het is mogelijk op ieder moment de afkoopwaarde op te vragen zonder daadwerkelijk tot afkoop over te gaan.
- Aflossen
Het terugbetalen van (een deel) van de hypotheekschuld aan de geldverstrekker.
- Aflossingsschema
Op dit schema kan de klant terug zien hoe de aflossing van de hypothecaire schuld is opgebouwd.
- Aflossingsvrije hypotheek
Bij een aflossingsvrije hypothecaire lening lost de geldnemer gedurende de looptijd van de lening niet af. Dit is vaak alleen mogelijk als er een ruime overwaarde zit op de woning. Het is ook mogelijk hypotheken gedeeltelijk aflossingsvrij af te sluiten.
- Afsluitenkosten
Dit betreft alle kosten die worden gemaakt voor het afsluiten van een hypotheek. Denk hier aan administratiekosten, adviseurskosten, (afsluitprovisie), taxatiekosten en notariële kosten.
- Afsluitprovisie
Bij de verstrekking van een hypothecaire lening berekent de geldgever eenmalig een bedrag. Dit bedrag noemen word afsluitprovisie genoemd. De afsluitprovisie wordt berekend over de lening en varieert, afhankelijk van de geldgever van 0,5% tot 1%.
- Aftrekpost
Aftrekposten zijn bedragen die van het belastbaar inkomen afgetrokken mogen worden. Deze posten kunnen bijvoorbeeld zijn: arbeidsgerelateerde kosten (reiskosten woon-werkverkeer), persoonlijke verplichtingen (hypotheekrenteaftrek), buitengewone lasten (ziektekosten, studiekosten, kinderopvang) en giften.
- Annuïteitenhypotheek
Een hypotheekvorm waarbij het bruto maandbedrag tijdens de looptijd gelijk blijft. De rente die de klant betaald zal tijdens de looptijd afnemen en de maandelijkse aflossing zal toenemen. De netto maandlast zal stijgen als gevolg van het feit dat de klant op het laatst meer aflost dan dat er aan rente betaald word.
- Annuleringskosten
Sommige banken berekenen annuleringskosten als een hypotheek niet doorgaat nadat de uitgebrachte offerte door de cliënt is geaccepteerd.
- Antispeculatiebeding
Een voorwaarde die een gemeente of de vorige eigenaar kan stellen om te voorkomen dat een woning alleen maar gekocht wordt om het vervolgens te verkopen met winst. Gebeurd dit wel dan is er afgesproken dat een gedeelte of zelfs de totale winst wordt afgestaan aan de verkopende partij.
- Appartement
Dit is een woning die onderdeel uitmaakt van een bebouw met meerdere woningen. Er is in dit geval een gesplitst eigendom
- Assurantiebeding
Een assurantiebeding is een hypotheekbeding waarbij als het onderpand te niet gaat, de verzekeringsuitkering rechtstreeks aan de geldverstrekker toekomt. De uitkering wordt eerst (en uitsluitend) gebruikt om de restschuld van de hypotheek af te lossen. Sinds 1993 is dit wettelijk vastgelegd en wordt dit beding niet meer opgenomen in een hypotheekakte.
-
B
- Bandbreedterente
Deze rentevorm is een mengeling tussen een variabele en een vaste rente. De effecten van rentedalingen en stijgingen worden gedurende een afgesproken termijn gedeeltelijk doorgevoerd. Het is een vaste rente met over het algemeen een boven- èn een ondermarge (bandbreedte) van een contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer de marktrente de marge overschrijdt wordt de 'vaste' rente verhoogd of verlaagd. De verhoging of verlaging is ter grootte van het verschil tussen de boven/ondermarge en de marktrente. De effecten van rentedalingen en stijgingen worden hierdoor gedurende een afgesproken termijn gedeeltelijk doorgevoerd (afhankelijk van het percentage van de bandbreedte). Bijvoorbeeld: het afgesproken rentepercentage is 6,5%, de bandbreedte is 1%. Stijgt of daalt de hypotheekrente minder dan 1% dan gebeurt er niets. Stijgt de hypotheekrente bijvoorbeeld met 3% dan stijgt uw rente met 2% (3% minus de bandbreedte van 1%). Ditzelfde gebeurt ook bij rentedalingen.
- Bankgarantie
In de bankgarantie verklaart de bank aan de verkoper dat zij, als de koper in gebreke mocht blijven, de waarborgsom zal storten. De waarborgsom bedraagt circa 10% van de koopprijs. Deze schriftelijke verklaring van de geldverstrekker wordt bij de notaris gedeponeerd. Het bedrag wordt alleen uitbetaald als de koper niet aan zijn verplichtingen voldoet.
- Bankhypotheek
De bankhypotheek dient als zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank van de hypotheekgever te vorderen heeft, ongeacht de wijze waarop deze vordering is ontstaan.
- Basishypotheek
Een hypotheek die onder standaard voorwaarden en tegen basisrente wordt verstrekt. De meeste geldverstrekkers gaan tussen de 70 à 75% van de executiewaarde, een enkele keer zelfs tot 90%.
- Basisrente
Dit is de marktrente die een bank in rekening brengt voor nieuw af te sluiten hypotheken. Meestal gaat het hierbij om hypotheken tot 70 à 75% van de executiewaarde. Het is mogelijk dat bovenop de basisrente een toeslag wordt toegepast voor het extra risico dat de geldverstrekker loopt. De verhouding tussen de lening en de executiewaarde is bepalend voor deze toeslag.
- Belastbaar inkomen
Het deel van het inkomen waarover inkomstenbelasting moet worden betaald. Alle optel- en aftrekposten zijn hierop al toegepast. Alleen de belastingvrije som gaat er nog af.
- Belasting besparing
Dit is het bedrag dat men maandelijks terug kan vorderen van de belastingdienst. Het verschil tussen de bruto en netto maandlasten van een hypotheek bepaalt de hoogte van dit bedrag.
- Beleggersrekening
Met deze bankrekening kunt u beleggingsfondsen of aandelen kopen en verkopen. Zo’n rekening wordt automatisch afgesloten bij sommige hypotheekvormen waarmee het kapitaal geheel of gedeeltelijk wordt opgebouwd via beleggingen.
- Beleggingshypotheek
Hypotheekvorm waarbij de klant maandelijks premies betaald voor een levensverzekering. De aflossing die in de levensverzekering van de hypotheek wordt opgebouwd, wordt naar keuze belegd in aandelen en/of obligaties. Hiermee kan de klant een hoog rendement behalen maar daar tegen over staat ook een kans op verlies. Is het inkomen en/of het eigen vermogen voldoende om eventuele tegenvallers op te vangen dan is deze vorm aantrekkelijk. Het is bij sommige hypotheekverstrekkers ook mogelijk rechtstreeks te beleggen in plaats van via een levensverzekering.
- Beperkt recht
Dit recht is afgeleid van een meeromvattend recht, dat met het beperkt recht is bezwaard. Zo zijn er gebruiksrechten (vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal) en zekerheidsrechten (hypotheek, pandrecht).
- Bereidstellingsprovisie
De hypotheekofferte die een geldverstrekker verstrekt met de daarin genoemde rente blijft een bepaalde periode geldig, meestal 2 à 3 maanden. Bij verlenging van de offerte wordt vaak provisie in rekening gebracht.
- Bewoonde staat
Een huis is minder waard als het in bewoonde staat wordt aangeboden dan wanneer het vrij te aanvaarden is. Dan kan de koper er immers direct zelf in gaan wonen. Vaak wordt 60% van die ‘vrije verkoopwaarde’ aangehouden als ‘waarde in bewoonde staat’.
- Bezitloos pandrecht
Dit is een vorm van pandrecht waarbij het onderpand in de macht van de pandgever (verkoper) blijft. Bij bezitloos pand moet er een authentieke of een geregistreerde onderhandse aktie worden opgemaakt.
- Bezwaard eigendom
Eigendom dat belast is met een aanspraak, bijvoorbeeld met een hypotheek.
- Bijleenregeling
Bij de verkoop van de huidige woning kan overwaarde ontstaan wanneer de opbrengst van de woning hoger is dan de schuld die nog op de woning staat. Die overwaarde moet geïnvesteerd worden in een volgende koopwoning, anders is de hypotheekrente over dat deel niet aftrekbaar.
- Bloot eigenaar
Een bloot-eigenaar is de eigenaar van een zaak waarvan een ander persoon het recht van gebruik heeft. Een voorbeeld hiervan is het recht van vruchtgebruik.
- Bloot eigendom
Bloot eigendom betreft elke situatie waarin een ander dan de eiganaar recht heeft op de opbrengsten van het goed (vruchtgebruik, recht van gebruik). Er is sprake van bloot eigendom voor de eigenaar als hij het recht van bewoning (vruchtgebruik) aan een ander heeft overgedragen.
- Boeterente
De hypotheeknemer berekent een boete over het extra afgeloste bedrag wanneer er meer wordt afgelost dan in de hypotheekovereenkomst is vastgelegd of boetevrij is toegestaan.
- Boetevrij bestanddeel
Over het algemeen is het bij hypotheken toegestaan boven het jaarlijks verplicht af te lossen bedrag een extra deel zonder boete af te lossen. Dit is ongeacht de marktrente. Vaak is dit 'boetevrije bestanddeel' 10 à 20% van het oorspronkelijk geleende bedrag.
- Boetevrije aflossing
Over het algemeen is het bij hypotheken toegestaan boven het jaarlijks verplicht af te lossen bedrag een extra deel zonder boete af te lossen. Dit is ongeacht de marktrente. Vaak is dit 'boetevrije bestanddeel' 10 à 20% van het oorspronkelijk geleende bedrag.
- Bouwdepot
Bij de bouw van een nieuw huis wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
- Bouwfinanciering
Bij de bouw van een nieuw huis wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
- Bouwhypotheek
Hypotheek voor de financiering van een nog te bouwen huis. Naarmate de bouw vordert neemt de waarde van het onderpand toe en wordt het toegezegde bedrag in termijnen ter beschikking gesteld. Een bouwhypotheek kan ook verstrekt worden, wanneer een bestaande woning verbouwd wordt.
- Bouwkundig keuringsrapport
Een bouwkundige beoordeelt de bouwstaat van een woning. Dit is van toepassing op appartementen die voor 1940 zijn gebouwd. Er is een aantal situaties waarin een bouwkundig rapport verplicht is bij de aanvraag van Nationale Hypotheek Garantie op een bestaande woning. Dit is het geval wanneer uit het taxatierapport blijkt:
- de kosten van direct noodzakelijk herstel van achterstallig onderhoud naar schatting meer bedragen dan 10% van de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik;
- Nader bouwkundig onderzoek aanbeveling verdient;
- Sprake is van een appartement met een bouwjaar van 1940 of eerder, tenzij uit het taxatierapport blijkt dat na 1940 een totale renovatie is uitgevoerd;
- Bouwrente
Bouwrente omvat alle rente die de koper van een nieuwbouwwoning tijdens de bouw moet betalen aan de aannemer en de geldverstrekker: uitstelrente, boeterente, financieringsvergoeding en hypotheekrente. Deze rentekosten worden vaak meegefinancierd in de hypotheek.
- Bouwtermijnen
Tijdens het bouwen brengt de aannemer termijnen in rekening voor het te bouwen huis.
- Box 1
In deze box vindt de verrekening plaats van de hypotheekrente.
- Box 3
In deze vermogensrendementsbox wordt het vermogen boven de vrijstelling belast met 1,2%.
- Boxenstelsel
Nieuw belastingstelsel per 1 januari 2001 verdeeld in drie boxen.
- Bruto jaarinkomen
Het vaste inkomen plus vakantiegeld wat per jaar wordt verdiend voor belastingaftrek. Eventuele winstuitkeringen, bonussen en provisies is variabel en worden onder bepaalde voorwaarden meegenomen als inkomen door de hypotheeknemers.
- Bruto maandlast
Dit is het bedrag zonder belastingvoordeel wat maandelijks betaald moet worden aan de hypotheeknemer en/of verzekeraar. .
- Bureau Krediet Registratie (BKR)
Dit bureau registreert alle niet-hypothecaire leningen en gsm-abbonementen die consumenten hebben afgesloten. Deze informatie speelt een rol bij de hypotheekaanvraag. De geldverstrekker toetst bij het BKR of de hypotheekgever (de klant) dergelijke kredieten / abbonementen heeft en of er achterstand in de betalingen is (geweest). Zo helpt BKR krediet- en betalingsrisico's te beperken en overkreditering en andere problematische schuldsituaties te voorkomen.
- Consumptief krediet
Deze leningen (doorlopend krediet, persoonijke lening, rekening courant krediet en blanco krediet) worden gebruikt voor consumptieve doeleinden, zoals de aankoop van een auto, boot of caravan. Behalve voor een rekening courant krediet hoeft voor een consumptief krediet geen zekerheid te worden gesteld (pand of hypotheek). De kredietruimte wordt dan bepaald aan de hand van het inkomen en eventuele andere financiële verplichtingen.
- Consumptieve verplichtingen
Dit is het maandelijkse bedrag wat wordt betaald voor lopende leningen, die niet gebruikt zijn voor aankoop, verbetering of onderhoud van de eigen woning.
- Contante waarde
Geld dat in de toekomst wordt ontvangen of betaald, heeft minder waarde dan geld dat direct wordt ontvangen of betaald. De ontvanger of betaler mist immers rente over het geld. Het bedrag wordt daarom contant gemaakt, dat wil zeggen afgewaardeerd met toepassing van een rentefactor.
- Contractrente
Het overeengekomen rente rentepercentage in de getekende hypotheekofferte/akte.
- Conversiekosten
De kosten die gemaakt worden om over te stappen van de ene naar de andere rentevaste periode of te switchen tussen bandbreedtes.
- Courtage
Bij het kopen van een huis kunt u een makelaar inschakelen. De vergoeding die u hiervoor betaalt, heet makelaarscourtage. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de diensten die u afneemt of die de makelaar biedt.
-
D
- Dagrente
De naam zegt het al: het dagrentesysteem kijkt naar de rente op of rond de dag waarop jouw hypotheekakte passeert. Is op dat moment de rente die voor vergelijkbare leningen wordt betaald lager dan jouw offerterente, dan krijg jij die lagere rente. Is de rente hoger, dan blijft je offerterente gelden. Het moment van beoordelen kan per hypotheekverstrekker verschillen. Het dagrentesysteem biedt je dus een kans op een lagere rente.
- Dalrente
In de hypotheekofferte wordt een rente aangeboden die geldt op de dag van passeren bij de notaris. Als de rente in de periode tussen de offerte en het passeren van de akte daalt en daarna eventueel weer stijgt, dan krijgt u op de dag van passeren de laagste rente van die periode aangeboden; de dalrente.
- Dalrentegarantie
In deze situatie biedt de geldverstrekker de laagste hypotheekrente aan die gold in de periode tussen acceptatie van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte.
- Depot
In depot geven betekent: in bewaring geven, meestal van effecten, bij een bank of commissionair in effecten.
- Depotrente
Als u een huis koopt dat nog gebouwd moet worden moet u al wel een hypotheek afsluiten. Het deel dat bestemd is om de aannemer te betalen wordt in een depot gestort. Zolang dit geld nog niet uitbetaald is wordt hier rente over verkregen, deze rente wordt depotrente genoemd. De depotrente is vrijwel altijd gelijk aan de hypotheekrente zodat dit tegen elkaar weggestreepd kan worden.
- Doorloopconstructie
In principe hoort een spaarhypotheek te worden beëindigd zodra het spaarkapitaal gelijk is aan het geleende bedrag. Normaal gesproken gebeurt dat op einddatum. Sommige spaarhypotheken kunt u op einddatum verlengen, d.w.z. dat de aflossing wordt uitgesteld. Het spaarkapitaal groeit dan uit boven het geleende bedrag. Hiervoor wordt een 'open-eindeclausule' opgenomen in de verzekerings- en hypotheekvoorwaarden.
-
E
- Economisch eigendom
Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en d.m.v. de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.
- Economische huurwaarde
De huur die een huis bij verhuur zou opbrengen.
- Effect(en)hypotheek
De hypothecaire lening is een zogenaamde aflossingsvrije hypotheek. Hiervoor wordt alleen rente voldaan. De lening waarmee de aandelen worden aangekocht is ook een aflossingsvrije leenvorm. De levensverzekering komt tot uitkering indien een verzekerde komt te overlijden. De effectenhypotheek lijkt veel op de beleggingshypotheek. Het grote verschil is dat de klant bij de effectenhypotheek helemaal zelf kunt bepalen hoe de belegging er uit ziet. Dit houdt natuurlijk wel een bepaald risico in en vergt enig verstand van beleggen.
- Effectieve rente
De effectieve rente bij een financieel product (bijvoorbeeld een obligatie of een hypotheek) is de contante waarde van alle rente (incl. evt. kosten) die wordt betaald of ontvangen.
- Eigen middelen
Het geld dat men vrij beschikbaar heeft.
- Eigendomsbewijs
Dit bewijs ontvangt de koper van een huis, nadat de getekende transportakte door de notaris is ingeschreven bij het kadaster.
- Eigendomsbewijs/akte
Ook wel: overdrachtsakte. De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
- Eigenwoningforfait
Het bezit van een eigen woning wordt door de fiscus als een bron van inkomen gezien. Deze inkomsten worden forfaitair belast door middel van het eigenwoningforfait. Afhankelijk van de WOZ waarde van de woning dient een vast bedrag bij het inkomen te worden geteld.
- Eigenwoningrente
Rente van leningen en hypotheken die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering van de woning.
- Eigenwoningreserve
De eigenwoningreserve ontstaat als u uw huis met winst verkoopt. De reserve wordt bepaald door de verkoopopbrengst te verminderen met de eigenwoningschuld (schuld voor de aankoop, onderhoud of verbetering van uw eigen woning waarvan de rente aftrekbaar is in box 1) op het moment van verkoop.
- Eindschuld
Het bedrag dat op de einddatum nog openstaat en dus nog verschuldigd is aan de hypotheeknemer.
- Erfpacht
Het zakelijke recht om het genot te hebben van een aan een ander toebehorend stuk grond. De jaarlijks te betalen vergoeding heet erfpachtcanon.
- Erfpachtcanon
De jaarlijks te betalen heffing op grond dat in erfpacht is gegeven.
- Executie (verkoop)
Als een eigenaar niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet, kan de geldverstrekker verkoop van het onderpand (het huis) eisen. Als het tot openbare verkoop komt, wordt er vaak geveild. De schuldenaar heeft er belang bij dat op de veiling het hoogste bod wordt geaccepteerd. Soms staat echter in de voorwaarden dat de geldverstrekker het hoogste bod mag weigeren als er twijfel bestaat aan de kredietwaardigheid van de bieder. Men kan dan zonder nader overleg of verantwoording ingaan op een lager bod. De opbrengst bij een normale 'onderhandse' verkoop is meestal hoger dan die op een veiling. Voor onderhandse verkoop is in geval van executie echter toestemming van de rechter nodig.
- Executiewaarde
De waarde van het huis bij gedwongen verkoop. Bij bestaande woningen wordt die meestal getaxeerd op 80 à 85% van vrije verkoopwaarde, afhankelijk van de marktomstandigheden en de courantie van het pand. Bij nieuwbouwhuizen gaat men meestal uit van 90% van de koop-/aanneemsom, inclusief de eventuele kosten van meerwerk.
Bij een hypotheek zonder Nationale Hypotheek Garantie geldt de executiewaarde als uitgangspunt voor de hypotheek. Meestal kan niet méér worden geleend dan 125% van de executiewaarde. Tot circa 75% van de executiewaarde wordt meestal het normale rentetarief berekend, daarboven geldt een renteopslag die vaak hoger is naarmate men meer leent ten opzichte van de genoemde grens.
- Expiratiedatum
Het moment waarop een contract of onderdeel daarvan afloopt. Voorbeelden hiervan zijn het einde van een rentevaste periode of het einde van een hypotheekcontract.
- Extra aflossing
Dit is een aflossing boven het bedrag dat men daadwerkelijk moet aflossen. Bij sommige hypotheekverstrekkers zijn hier beperkende voorwaarden in het contract over opgenomen. Het kan zijn dat de klant maximaal 10/20% van de totale hypotheekschuld extra mag aflossen naast de afgesproken maandelijkse aflossingen.
-
F
- Financiële bijsluiter
In een financiële bijsluiter vind je de belangrijkste informatie over een financieel product. Er wordt duidelijk uitgelegd wat het product is, wat de kosten zijn, de risico's die er aan verbonden zijn en wat het product op kan brengen.
- Financieringskosten
Alle kosten die u maakt om uw lening rond te krijgen. Deze kosten zijn in de meeste gevallen fiscaal aftrekbaar.
- Financiervergoeding
Een nieuwbouwwoning wordt meestal vanaf tekening of tijdens de bouw gekocht. De woning wordt dan in termijnen betaald. Over de termijnen die vóór het sluiten van de koop-/aannemingsovereenkomst zijn vervallen (reeds verschuldigd zijn), berekent de bouwer meestal een financieringsvergoeding. De Belastingdienst beschouwt dit niet als rente, maar als deel van de koop-/aanneemsom. De financieringsvergoeding is daarom niet aftrekbaar.
- Fiscaal voordeel
Het bedrag dat men minder hoeft te betalen aan inkomstenbelasting vanwege de hypotheekaftrek.
- Fixatieprovisie
Provisie die sommige geldverstrekkers in rekening brengen wanneer u uw hypotheek omzet naar een andere rentevaste periode.
- Forfait
Een forfait is een bedrag of een tarief dat door de belastingdienst vooraf is vastgesteld, bijvoorbeeld het huurwaardeforfait. Het is dus onafhankelijk van de werkelijke waarde of opbrengst.
-
G
- Garantie- en waarborgregeling
Nieuwbouwwoningen worden meestal gebouwd onder garantie, bijvoorbeeld van het Garantie Instituut Woningbouw (zie aldaar). Onder die garantie valt een kwaliteitsgarantie en de garantie dat het huis wordt afgebouwd, ook als de bouwondernemer failliet gaat. Gesubsidieerde woningen moeten in principe altijd onder een dergelijke garantie worden gebouwd. De koper heeft recht op afgifte van het waarborgcertificaat.
- Garantiecertificaat
Garantie Instituut Woningbouw (GIW) geeft dit certificaat af, om aan te geven dat nieuwbouwwoningen volgens een bepaalde kwaliteitsnorm zijn gebouwd.
- Gebonden eigendom
Experiment waarbij huurwoningen onder bepaalde voorwaarden aan de huurders of anderen worden doorverkocht. De verkoop geschiedt via een woningcorporatie die een onderhoudsovereenkomst met de koper sluit.
- Gedragscode Hypothecaire Financieringen
Gedragscode waarmee vrijwel alle hypotheekverstrekkers akkoord zijn gegaan. De gedragscode stelt minimumvoorwaarden aan folders, offertes, de voorwaarden van hypotheken en berekeningen van de hypotheeklasten. Tegen overtredingen van de gedragscode kan men zich beklagen bij een Geschillencommissie Hypothecaire Financieringen.
- Geldgever
Hypotheeknemer die de hypotheeklening verstrekt aan de koper.
- Geldnemer
Koper die een hypotheeklening afsluit voor zijn woning.
- Gemeentegarantie
Een bewijs waarmee de gemeente zich garant stelt voor de hypotheekschuld van een huiseigenaar ten opzichte van een geldschieter, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij.
- Gemengde verzekering
Een verzekering waarbij de uitkering van het verzekerde kapitaal plaatsvindt op een bepaalde in de polis genoemde datum (de eind- of expiratiedatum) of bij eerder overlijden van de verzekerde. Het woord gemengd geeft aan dat het een combinatie is van een verzekering bij leven en een tijdelijke overlijdensverzekering.
- Geschillencommissie Hypothecaire Financieringen.
Commissie die conflicten met uw hypotheekverstrekker beslecht. De uitspraken hiervan zijn bindend.
- Gezondheidsverklaring
Een formulier waarin de persoonlijke gezondheidsvragen moeten worden beantwoord om het risico te kunnen beoordelen voor de maatschappij in zake het eventueel eerder overlijden van de verzekerde persoon.
- Grondslag
De maatstaf waarop een belasting is gebaseerd, bijvoorbeeld de omvang van het inkomen of van het vermogen, de waarde van een huis, enz.
-
H
- Heffingskorting
Een (vaste) korting op de totale belastingsom.
- Herbouwwaarde
De waarde die nodig is om de verloren woning opnieuw op te bouwen. Deze waarde is nodig voor de opstalverzekering.
- Herstelperiode
Begrip uit het model koop-/aannemingsovereenkomst 1992. Periode van drie maanden waarbinnen de ondernemer de bij oplevering geconstateerde tekortkomingen moet herstellen.
- Hertaxatie
Na afloop van een rentevaste periode doet de bank een nieuw voorstel voor de volgende rentevaste periode van de hypotheek. Sommige geldverstrekkers laten het onderpand dan opnieuw taxeren, om te zien of het nog voldoende waarde vertegenwoordigt. Het is zelfs mogelijk dat de bank weigert de hypotheek te verlengen, of alleen onder ongunstiger voorwaarden, tenzij er sprake is van Nationale Hypotheek Garantie.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid
Persoonlijk aansprakelijk voor de verplichting, bijvoorbeeld een hypotheek, die iemand is aangegaan. De bank kan de hypotheekschuld bij ieder die hoofdelijk aansprakelijk is vorderen.
- Hoofdsom
Het bedrag waarvoor iemand een hypotheek heeft afgesloten.
- Hoog/laag constructie
Als u een hypotheek wilt aflossen door middel van een levensverzekering kunt u ervoor kiezen om dit te doen via een hoog/laag constructie. Dit houdt in dat u de eerste jaren een veel hogere premie betaalt, waardoor direct een kapitaal wordt opgebouwd en uw vervolgpremies lager zullen zijn.
- Huizenprijzen
De aankoopprijzen van woningen in Nederland. Niet te verwarren met vraagprijzen.
- Huurbeding
Hypotheekbeding waarin de huiseigenaar wordt beperkt in zijn vrijheid om de woning te verhuren.
- Huurkoop
Koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat de eigendom niet bij de levering overgaat op de koper maar pas als het hele verschuldigde bedrag is betaald. Voor de huurkoop van onroerend goed geldt een aparte wettelijke regeling.
- Huurwaardeforfait
Oude naam voor het eigenwoningforfait.
- Hybride hypotheek
Een hybride hypotheek is een combinatie van een spaarhypotheek en beleggingshypotheek waarbij de klant de mogelijkheid krijgt om, afhankelijk van de beleggingsmarkt te kunnen wisselen tussen sparen en beleggen.
- Hypothecaire inschrijving
De vermelding in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend. De inschrijving is het moment waarop de hypotheek van kracht wordt. Is in het register een vast bedrag ingeschreven, dan kan de geldverstrekker in principe al zijn vorderingen verhalen op het onderpand (de woning) tot het bedrag van de inschrijving. Bij een zogenaamde vaste inschrijving is er sprake van een dalend hypotheekrecht: de bank kan niet meer verhalen dan de nog restschuld van de hypotheek plus eventueel kosten en achterstallige rente.
- Hypothecaire lening
Een lening waarvoor een onroerende zaak of een in een register opgenomen schip of vliegtuig bij notariële akte tot zekerheid is verbonden. Meestal wordt de schuld expliciet in de akte omschreven. In het algemeen is het geleende bedrag niet meer dan 75% van de geschatte waarde van het goed bij executoriale verkoop. Leent de koper het bedrag van de totale waarde, dan is er sprake van een tophypotheek. In het dagelijks taalgebruik wordt de hypothecaire lening vaak kortweg hypotheek genoemd.
- Hypotheek
Een geldlening waarbij een onroerende zaak tot onderpand dient.
- Hypotheekakte
Opgestelde overeenkomst door de notaris tussen de koper en de hypotheeknemer als bewijs van een hypotheek.
- Hypotheekakte kosten
Kosten die aan de notaris betaald moeten worden voor het passeren van de hypotheekakte en de kosten voor registratie in het hypotheekregister.
- Hypotheekgever
Persoon (koper) die zijn woning als onderpand aanbiedt.
- Hypotheeknemer
De geldgever die de woning als onderpand aanvaardt.
- Hypotheekofferte
Een voorstel tot het aangaan van een hypotheekovereenkomst, dat zijn kracht verliest door tijdsverloop of herroeping.
- Hypotheekrecht
Ook wel: hypothecaire inschrijving. Vermelding in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend. De inschrijving is het moment waarop de hypotheek van kracht wordt. Is in het register een vast bedrag ingeschreven, dan kan de geldverstrekker in principe al zijn vorderingen verhalen op het onderpand (de woning) tot het bedrag van de inschrijving. Bij een zogenaamde vaste inschrijving is er sprake van een dalend hypotheekrecht: de bank kan niet meer verhalen dan de nog restschuld van de hypotheek plus eventueel kosten en achterstallige rente.
- Hypotheekregister
Alle hypotheken worden ingeschreven in een openbaar, voor iedereen toegankelijk register bij het Kadaster. Zo kan altijd worden gecontroleerd of er op een bepaalde onroerende zaak een hypotheek rust en zo ja, hoeveel.
- Hypotheekrente
De vergoeding die men verschuldigd is voor een hypothecaire lening.
- Hypotheekverstrekker
Ander woord voor hypotheeknemer.
-
I
- Inboedelverzekering
Verzekering tegen brand, waterschade en andere dekkingen van alle roerende zaken in huis.
- Inkomenstoetsing
Het toetsen van een werkgeversverklaring en een recente loonstrook om te kijken of de klant voldoende inkomen heeft om de maandelijkse hypotheeklast te kunnen dragen.
- Instaprente
Gedurende een bepaalde periode heeft men de keuze om op ieder moment de rente voor een langere periode vast te zetten. Hier wordt voor gekozen als men verwacht dat de rente nog verder gaat dalen.
- Intentieverklaring
Verklaring waarin afspraken omtrent een later te sluiten overeenkomst worden vastgelegd. Bij een tijdelijk arbeidscontract, is een intentieverklaring van de werkgever nodig om na afloop van het contract ook de werkgever alsnog aan te nemen, voordat er een hypotheek kan worden afgesloten.
-
J
- Juridisch eigendom
Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en door middel van de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.
- Kadaster
Bij het kadaster staan onder andere alle onroerende zaken geregistreerd. Hier kan informatie worden verkregen over de huiseigenaar, de koopsom bij de vorige verkoop, de oppervlakte van het onroerend goed en de hypotheek.
- Kadastraal recht
Als een onroerende zaak van eigenaar verandert, of er wordt een hypotheek op gevestigd, wordt de akte ingeschreven in een register op het Kadaster. Het Kadaster rekent daar een bepaald bedrag ('recht') voor, dat afhankelijk is van de koopprijs respectievelijk het hypotheekbedrag.
- Kapitaalmarktrente
Rentevoeten voor diverse soorten leningen van banken onderling en van de Europese Centrale Bank aan banken, berekend voor het uitlenen van geld. Deze rentes vormen de 'grondstof' voor de hypotheekrentes. Een bank zal zelden geld goedkoper uitlenen dan dat het kan krijgen van de Europese Centrale Bank.
- Kapitaalverzekering
Een verzekering waarbij de verzekeraar op zich neemt bij het voorvallen van de in de polis voorziene gebeurtenis dan wel op de in de polis genoemde datum een eenmalige uitkering ter grootte van het in de polis genoemde bedrag te doen, de kapitaalsuitkering. De verzekeringnemer moet vooraf een premie storten.
- Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW)
Een kapitaalverzekering die gekoppeld is aan een hypotheek (box 1) van een woning. De uitkering is belasting vrij zolang de uitkering niet meer dan de hypotheek bedraagt en aan bepaalde fiscale regels heeft voldaan.
- Kettingbeding
Hypotheekakte waarin een clausule is opgenomen dat een verplichting die rust op de eigenaar ook moet worden opgelegd aan volgende eigenaren van het onroerend goed.
- Keurmerk Hypotheek Bemiddeling
Hier kunnen klanten de professionaliteit en kwaliteit van de hypotheekbemiddelaars bekijken.
- Koop/aanneemsom
Bedrag waarvoor een nieuw gebouwde woning wordt gekocht of de prijs waarvoor een aannemer een nieuwe woning bouwt.
- Koop/aannemingsovereenkomst
Een overeenkomst tot koop van de grond en het bouwen van een huis.
- Koopcontract (voorlopig)
Misleidende term. Dit is een koopcontract dat vooraf gaat aan de overdracht bij de notaris. ‘Voorlopig’ betekent in dit geval dat de koop alleen kosteloos ontbonden kan worden binnen de bedenktermijn van drie werkdagen of als er sprake is van ontbindende voorwaarden, zoals het rond krijgen van de financiering.
- Koopovereenkomst
Afspraak tot koop van de bijvoorbeeld een onroerende zaak.
- Koopsompolis
Ook wel: lijfrenteverzekering. Verzekering waarvoor een periodieke of eenmalige (koopsompolis) premie wordt gestort en die op een vooraf overeengekomen datum tot uitkering komt. De uitkering bestaat uit een periodieke 'lijfrente'. Deze kan gelden voor een bepaalde periode of voor onbepaalde tijd, namelijk zolang het 'lijf' in leven is. De premie is tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar; de lijfrentes zijn fiscaal belast. De lijfrenteverzekering kan ook worden gecombineerd met een hypotheek, waarbij de toekomstige lijfrentes geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor betaling/aflossing van de hypotheek.
- Kosten koper (k.k.)
Afgekort k.k. Onder de noemer kosten koper vallen alle kosten die je als koper moet betalen bij de overdracht van een huis. Het betreft de overdrachtsbelasting of BTW, de kadastrale rechten en de notariskosten voor het transport. De meeste bestaande huizen worden 'kosten koper' verkocht. Samen met de bijkomende kosten bedragen ze globaal 10 à 12 % van de
- Krediethypotheek
Een hypotheek waarbij men tot een bepaald afgesproken bedrag kan opnemen en aflossen.
De krediethypotheek wordt ook wel rekening-couranthypotheek genoemd.
- Kruislingse premiebetaling
Het over en weer sluiten van een overlijdensrisicoverzekering op het leven van de partner waarbij de ene partner de premie is verschuldigd op het leven van de ander.
-
L
- Langstlevende testament
Testament waarbij de ouders over en weer de langstlevende tot erfgenaam benoemen. Beide ouders maken dus zo'n testament. De andere erfgenamen kunnen hun erfdeel in beginsel pas opeisen na overlijden van de langstlevende ouder.
- Leven(s)hypotheek
Hypotheekvorm waarbij tijdens de looptijd niet wordt afgelost, maar waarbij aflossing plaatsvindt door middel van een 'gemengde' levensverzekering die aan de hypotheek is verbonden. Deze keert uit aan het einde de looptijd of bij eerder overlijden. Behalve rente, is ook premie voor de levensverzekering verschuldigd. Het betreft een spaarhypotheek, beleggingshypotheek, spaarbeleggingshypotheek of een traditionele levenhypotheek.
- Levensverzekering
Een overeenkomst tot het doen van uitkeringen door een verzekeraar tegen premiebetaling door de verzekeringnemer, in verband met leven of overlijden van de verzekerde.
- Lijfrente(verzekering),(-hypotheek)
Verzekering waarvoor een periodieke of eenmalige (koopsompolis) premie wordt gestort en die op een vooraf overeengekomen datum tot uitkering komt. De uitkering bestaat uit een periodieke 'lijfrente'. Deze kan gelden voor een bepaalde periode of voor onbepaalde tijd, namelijk zolang het 'lijf' in leven is. De premie is tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar; de lijfrentes zijn fiscaal belast. De lijfrenteverzekering kan ook worden gecombineerd met een hypotheek, waarbij de toekomstige lijfrentes geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor betaling/aflossing van de hypotheek.
- Lijfrente-aftrek
De aftrekbare premies via de jaarruimte te berekenen van een lijfrenteverzekering.
- Lineaire hypotheek
Dit is de meest eenvoudige hypotheekvorm die er bestaat. Elke periode, dit kan een maand, kwartaal of jaar zijn, wordt gedurende de looptijd een vast bedrag afgelost. Deze aflossing is zo opgebouwd dat gedurende de looptijd, de lening lineair wordt afgelost. Bij een lineaire hypotheek van 300.000 wordt gedurende 30 jaar elk jaar 10.000 afgelost. Er moet alleen rente worden voldaan over de restant schuld. Het eerste termijnbedrag is bij deze vorm het hoogst en daalt elke periode.
- Loonbelastingschikking
Een eigenwoning bezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost voor de inkomstenbelasting. In de meeste gevallen is het mogelijk de belastingaftrek vooraf te verrekenen, tegelijkertijd met de maandelijkse loonbetalingen. Hiervoor moet men bij de Belastingdienst een loonbelastingbeschikking aanvragen.
-
M
- Makelaar (onroerend goed)
Tussenpersoon die bemiddelt bij de aan- en verkoop van onroerend goed.
- Makelaarskosten
De kosten die een makelaar in rekening brengt voor het kopen / verkopen van een woning. Deze kosten bedragen gemiddeld 2% bij verkoop en 1,5% bij aankoop van de woning.
- Meeneemfaciliteit
Bij verhuizing kan men soms de lagere rente van de lopende hypotheek 'meenemen' naar de nieuw af te sluiten hypotheek op het nieuwe huis.
- Meerwerk
Kosten die worden gemaakt voor verbeteringen (bijv: bijkeuken of garage) aan de woning bovenop de koop – aanneemsom.
- Middelrente
Als de dagrente lager is dan de rente die u voor uw hypotheek betaalt, kan het voordelig zijn om uw hypotheek over te sluiten. Dit brengt meestal veel kosten met zich mee. De geldgever kan u in plaats van oversluiten aanbieden om het verschil in de dagrente en uw rente te middelen. Zo betaalt u een lagere rente en heeft u weinig kosten.
-
N
- Nabestaandenlijfrente
Lijfrenteverzekering waarvoor premie-aftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat de verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die direct ingaat bij het overlijden van de verzekerde. Bij begunstiging aan een direct familielid (bijv. kind, klein- of pleegkind, broer, zuster) moet een tijdelijke lijfrente uiterlijk eindigen zodra de begunstigde 30 jaar wordt. Voor begunstiging aan de huwelijkspartner en anderen buiten de directe familiekring geldt deze beperking niet.
- Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Dit is de garantie dat de geldverstrekker al het geleende geld terugkrijgt als het huis bij gedwongen verkoop minder opbrengt dan de waarde van de totale hypotheekschuld. Deze zekerheid wordt door de geldverstrekker beloond met een lagere rente. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de norm en van het WEW. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen staat garant naar de geldverstrekker voor de terugbetaling van de lening (hypotheek). Uiteraard zal het Waarborgfonds Eigen Woningen de schuld bij de klant proberen te achterhalen.
- Netto maandlast(en)
Het bruto maandelijkse bedrag aan hypotheeklasten verminderd met de terug te ontvangen belasting.
- Netto werkelijke rente
Drukt de werkelijke kostprijs van een hypotheek uit, rekening houdend met o.a. alle kosten die de bank in rekening brengt, de verzekeringspremie en met het te verwachten fiscale effect.
- Niet-wijzigingsbeding
Een hypotheekbeding waardoor de eigenaar de woning niet of niet zonder toestemming van de geldverstrekker mag wijzigen.
- Niet-zuivering
Een clausule in de hypotheekakte waarmee de geldverstrekker de vrijwillige verkoop van het onroerende goed kan tegenhouden wanneer de waarde waarschijnlijk niet voldoende is om de hypotheek af te lossen.
- Nominale rente
De hypotheekrente die de hypotheeknemer op jaarbasis met de koper afspreekt.
- Notariskosten
De berekende kosten door de notaris voor het opstellen van de hypotheekakte en transportakte.
-
O
- Omzettingskosten
Een ander woord voor omzettingskosten is ook wel oversluitprovisie. Provisie die banken in rekening brengen bij het opnieuw afsluiten van een hypotheek (tegen een lagere rente). Als een hypotheek in een andere vorm wordt omgezet, spreekt men van omzettingskosten.
- Onbewoonde staat
Een huis is minder waard als het bewoond wordt dan wanneer het vrij te aanvaarden is. Dan kan de koper er immers direct zelf in gaan wonen. Vaak wordt 60% van die 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoonde staat'.
- Onbezwaard eigendom
Eigendom dat niet is belast met enig recht, zoals bijvoorbeeld een hypotheekrecht, een huurrecht.
- Onderhandse verkoopwaarde
Dit is de waarde van een huis op de vrije markt en wordt daarom ook wel vrije verkoopwaarde genoemd.
- Onderpand
Dit is het object, zoals het aangekochte huis, waarop de hypotheek wordt verstrekt. Het onderpand is een soort zekerheidstelling voor de geldverstrekker.
- Onderverzekering
De verzekerde waarde van bijvoorbeeld uw inboedel is lager dan de werkelijke waarde. De klant is dan ook wel onderverzekerd. De werkelijke waarde kunt u eenvoudig vaststellen met de inboedelwaardemeter.
- Onroerend goed
De grond en alles wat zich daarin of daarop bevindt, voor zover dat aard- of nagelvast daarmee is verbonden. Voorbeelden: bomen, vaste planten, een huis met alles wat daaraan aard- of nagelvast is verbonden of wat naar zijn aard bij het huis hoort, zoals dakpannen, deuren, keuken, enz.
- Onroerende zaakbelasting (OZB)
Gemeentelijke belasting die iedereen moet betalen voor het gebruik en/of bezit van een woning. De hoogte wordt per gemeente vastgesteld.
- Ontbindende voorwaarden
Een mogelijkheid in het contract op basis waarvan de overeenkomst kan worden beëindigd. Wie gebruik wil maken van een ontbindende voorwaarde, moet dit zelf kenbaar maken aan de contractpartij. Bij de koop van een huis is het gebruikelijk om ontbindende voorwaarden op te nemen voor het verkrijgen van een passende financiering, en (indien van toepassing) voor een huisvestingsvergunning of Nationale Hypotheek Garantie.
- Onverdeelde eigendom
De verdeling van bezittingen en schulden die gemeenschappelijk eigendom waren. Tot aan het moment van boedelscheiding is er sprake van 'onverdeelde eigendom'. De boedelscheiding kan worden vastgelegd in een akte van scheiding en deling.
- Oorspronkelijke hoofdsom
Het bedrag dat bij het aangaan van een hypotheek is geleend. In de loop der jaren kan de schuld dalen door aflossingen, vandaar de term 'oorspronkelijke' hoofdsom. Boetevrije aflossingen zijn vaak mogelijk tot een bepaald percentage van de oorspronkelijke hoofdsom.
- Openbare verkoop
Uitvoeren van een vonnis, ook wel: executieverkoop.
- Openeindclausule
Clausule waardoor de looptijd van de hypotheek inclusief daaraan gekoppelde verzekeringen verlengd kunnen worden.
- Opstalverzekering
Geldverstrekkers nemen een huis als onderpand voor het te lenen hypotheekbedrag. Om bij de schade aan uw woning geen risico te lopen, verplichten zij de klant vaak een opstalverzekering af te sluiten. Deze dekt de schade aan het huis als gevolg van bijvoorbeeld storm of brand.
- Optie
Een overeenkomst waarbij de verkoper zijn huis niet aan een ander verkoopt, zolang hij in onderhandeling is met een koper.
- Opzegtermijn
Een hypotheek kan aan het eind van iedere rentevaste periode, bij verkoop, enz. worden opgezegd. Dit moet vaak enige tijd van tevoren worden aangekondigd. Geldt ook voor verzekeringen.
- Overbruggingskrediet
Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van een ander huis en de verkoop van de oude woning. Daarbij wordt van de overwaarde van het oude huis gebruik gemaakt. Meestal kan voor een beperkte periode een overbruggings-krediet worden afgesloten.
- Overdrachtsakte
De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
- Overdrachtsbelasting
Deze belasting bedraagt 6% van de koopsom van een bestaande woning en wordt betaald door de koper en gaat naar de staatskas. Bij nieuwbouw is er geen overdrachtsbelasting verschuldigd. De overdrachtsbelasting komt voor rekening van de koper.
- Overdrachtskosten
Deze kosten zijn nodig om het gekochte huis op eigen naam te krijgen (transportakte).
- Overlijdensrisicoverzekering
Verzekering die tot uitkering komt bij overlijden, waardoor de hypotheekschuld geheel of gedeeltelijk kan worden afgelost en de nabestaande(n) in het huis kunnen blijven wonen. Soms wordt een deze verzekering door de geldverstrekker verplicht gesteld
- Oversluiten
Op basis van betere voorwaarden of een lagere rente besluiten een andere hypotheek te nemen. De oude hypotheek wordt dan door de nieuwe hypotheek afgelost. De meeste banken hanteren hierbij echter ongunstige boeteclausules, de zgn. 'contante waarde van het renteverschil'.
- Oversluitprovisie
Provisie die banken in rekening brengen bij het opnieuw afsluiten van een hypotheek (tegen een lagere rente). Als een hypotheek in een andere vorm wordt omgezet, spreekt men van omzettingskosten.
- Overstapfaciliteit
Sommige hypotheekverstrekkers bieden de mogelijkheid om gedurende het eerste jaar of de eerste twee jaren een hypotheek met variabele rente om te zetten in een hypotheek met een rentevaste periode, of om een korte rentevaste periode om te zetten in een langere.
- Overwaarde
De overwaarde is het verschil tussen de marktwaarde van een huis en het restantschuld van de hypotheek. De overwaarde wordt vaak als uitgangspunt gebruikt voor het afsluiten van een tweede hypotheek of het verhogen van de hypotheek.
- Passeren
Het ondertekenen van alle stukken bij de notaris (hypotheek en transportakte). Op dit moment is de hypotheek gepasseerd.
- Positieve/negatieve hypotheekverklaring
Onderhandse akte die op eerste verzoek van de geldverstrekker kan worden omgezet in een hypotheekakte. De akte kan als basis dienen voor een overbruggingsrekening courant krediet.
- Premie(koop)woning
Koopwoningen met een meerjarige subsidie. Ook wel: sociale koopwoning. De regeling is inmiddels afgeschaft.
- Premiedepot
Een (eventueel geblokkeerde) renterekening wordt gebruikt om de maandelijkse premies te betalen van een levensverzekering.
- Premiestortingen
Een extra storting in een levensverzekering buiten de normale premies om.
- Premievrijmaking
De afkoop van een lopende levensverzekering, waardoor de verplichting tot betaling van de premie eindigt. Op hetzelfde moment wordt een nieuwe verzekering met dezelfde inhoud afgesloten, maar voor een lager verzekerd bedrag.
- Pro resto hoofdsom
Schuldrest, het gedeelte van de oorspronkelijke lening dat nog openstaat na aftrek van alle gedane aflossingen op de hypotheek.
- Projectaanbieding
Bij nieuwbouw bieden banken soms hypotheken aan op gunstiger condities dan normaal. Er worden dan bijvoorbeeld rentekortingen verleend voor de eerste rentevaste periode, de afsluitprovisie is lager, enz.
- Projecthypotheek
Een hypotheeknemer biedt een lagere rente aan bij (nieuwbouw) projecten. Deze lagere rente vervalt als de rente herzien moet worden.
- Projectrente
De aangeboden lagere rente door een hypotheeknemer bij een (nieuwbouw) project.
-
R
- Reële rente
Het verschil tussen de marktrente en het inflatiepercentage.
- Rechtsbijstandverzekering
Een verzekering die dekking geeft voor juridische geschillen.
- Registergoed
Een goed dat volgens de wet moet worden ingeschreven in bepaalde registers: grond, huizen, schepen, vliegtuigen. Door de inschrijving kan iedereen zien aan wie het toebehoort en of er een ander zakelijk recht (bijvoorbeeld een hypotheek) op rust.
- Regresrecht
Recht om terug te vorderen wat iemand heeft betaald voor een ander, bijvoorbeeld voor een hoofdelijke medeschuldenaar.
- Rekenrente
De rente die een verzekeringsmaatschappij op haar beleggingen verwacht te kunnen behalen. Deze rente is van belang omdat verzekeringsmaatschappijen de ontvangen premies plegen te beleggen. Bij de bepaling van de hoogte van de premie wordt rekening gehouden met de rekenrente. Als het rendement op de beleggingen hoger is dan de rekenrente, ontstaat een voordeel voor de verzekeringsmaatschappij.
- Rekenvergoeding
Aannemersvergoeding voor het calculatiewerk bij een offerte. Het is verstandig om vóór het laten uitbrengen van een offerte schriftelijk vast te leggen dat voor het calculatiewerk en voor de offerte geen kosten in rekening worden gebracht.
- Rentebedenktijd
Bij veel hypotheken heeft men bij aanvang één of twee jaren de vrije keuze om te bepalen op welk moment de rente wordt vastgezet voor een nieuwe periode. Soms is er ook rentebedenktijd steeds vanaf één of twee jaar voordat een rentevaste periode afloopt.
- Rentebemiddeling
Het gemiddelde van de vastgezette rente en de nieuwe rente op dat moment. Bij hypotheekverhogingen of verhuizingen vindt deze bemiddeling wel eens plaats. Er zijn hypotheeknemers waarbij tussentijds deze bemiddeling kan door middel van het betalen van een bedrag.
- Rentefixatieperiode
Dit is ook wel de rentevaste periode. Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar.
- Rentegarantie
Hypotheekofferte waarin de aangeboden rente voor een bepaalde periode wordt gegarandeerd, zonder dat bekend is om welke woning het gaat.
- Renteherziening
Het vooraf overeengekomen tijdstip waarop de rente voor een aangegane lening wordt herzien.
- Renteopslag
Verhoging bovenop het normale rentetarief als meer wordt geleend dan (bij de meeste geldverstrekkers) circa 75% van de executiewaarde van het huis. Vaak is de opslag hoger naarmate meer wordt geleend ten opzichte van de genoemde grens. De opslag geldt niet voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie.
- Rentevaste periode
De periode waarin de rente van de hypotheek vaststaat. Bij langere rentevaste perioden rekent de geldverstrekker meestal een iets hogere rente.
- Restantschuld
Het restant van de schuld van de oorspronkelijke lening na aftrek van alle gedane aflossingen.
- Restitutie boeterente
Bij voortijdig aflossen in verband met verkoop berekenen hypotheekverstrekkers soms boeterente. Als u een nieuwe hypotheek bij dezelfde bank afsluit, krijgt u die boeterente over het algemeen terug. De nieuwe hypotheek moet u dan meestal binnen drie of zes maanden afsluiten.
- Restschuld
Het bedrag van de lening of hypotheek minus de waarde van de eventuele lopende verzekeringspolis welke nog openstaat.
- Rijksrekenrente
De rijksrekenrente is de rente die levensverzekeringsmaatschappijen volgens de wet moeten vergoeden over het opgespaarde bedrag van een verzekerde. Dit speelt bij een spaarhypotheek geen rol zolang de hypotheekrente hoger is dan de rijkrekenrente, omdat daar een rentevergoeding wordt aangehouden die gelijk is aan het percentage van de hypotheekrente.
- Risicopremie
De premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de 'risicopremie') en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de 'spaarpremie').
- Royeren
De hypotheek wordt uit het hypotheekregister uitgeschreven.
-
S
- Salderingsregeling
De betaalde rente aftrekken van de ontvangen rente. Op het positieve saldo is de rentevrijstelling van toepassing. De betaalde hypotheekrente voor de eigen woning blijft bij het salderen buiten beschouwing.
- Sleutelklaar
Het huis wordt 'sleutelklaar' opgeleverd, dat wil zeggen dat er in principe niets meer hoeft te gebeuren. Overigens kan de definitie van sleutelklaar opleveren per aanbieder verschillen, bijvoorbeeld: wel of geen wand- of vloerafwerking, enz. Controleer dus wat daar precies onder wordt verstaan.
- Spaarbeleggingshypotheek
In de levensverzekering van de hypotheek kan zowel worden gespaard (zoals bij een spaarhypotheek) als worden belegd (zoals bij een beleggingshypotheek). De verhouding tussen beide kan naar keuze worden bepaald. Tijdens de looptijd kan daarin nog verandering worden aangebracht. Geheel sparen (spaarvariant) of geheel beleggen (beleggingsvariant) kan ook. Voor het overhevelen van opgebouwd kapitaal van sparen naar beleggen en andersom, kunnen hoge kosten worden berekend. Zie ook 'Levenhypotheek'.
- Spaarhypotheek
De premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de 'risicopremie') en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de 'spaarpremie'). Over de spaarpremie wordt een rente vergoed die altijd gelijk is aan de overeengekomen hypotheekrente. Er wordt een aflossingskapitaal bijeen gespaard dat op ieder moment even hoog is als de aflossing bij een vergelijkbare annuïteitenhypotheek. Op de einddatum is de beoogde aflossing gegarandeerd bijeen gespaard.
- Splitsingsakte (-reglement, -vergunning)
In een splitsingsakte wordt een gebouw opgedeeld in verschillende appartementsrechten. Op deze wijze kunnen de appartementen afzonderlijk worden verkocht. De akte wordt opgesteld door de notaris. Het passeren van de akte gebeurt eveneens bij de notaris.
- Stichtingskosten
Alle kosten die worden gemaakt voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.
- Successierechten
Het betalen van belasting door de ervende (nieuwe) eigenaar na overlijden van degene die het vermogen achterlaat.
- Taxatie
Een waardebepaling van een taxateur ten behoeve van een woning door een beëdigd taxateur of makelaar.
- Taxatiekosten
De kosten van het taxeren van de woning.
- Testament
Een door de notaris vastgestelde schriftelijke verklaring van een erfgenaam.
- Tijdelijke oudedagslijfrente
Lijfrenteverzekering waarvoor premieaftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die niet eerder ingaat dan in het jaar waarin de verzekeringnemer 65 jaar wordt of waarin hij met pensioen gaat. De uitkering moet minimaal gedurende 5 jaar worden uitbetaald en mag in principe niet meer bedragen dan fl 36.442,- per jaar (tarief 1999), of fl 37.062,- per jaar (tarief 2001). Zie ook 'Lijfrentever-zekering'.
- Tophypotheek
Een hypotheek die hoger is dan de executiewaarde. Meestal maximaal 125% van de executiewaarde bij hypotheken zonder NHG.
Indien er geen sprake is van Nationale Hypotheek Garantie, er is een voldoende hoog (toekomstig) inkomen, en het huis vertegenwoordigt voldoende waarde, bestaat vaak de mogelijkheid een extra hoge hypotheek af te sluiten. Men kan dan een hypotheek krijgen tot bijvoorbeeld 100% of 125% van de executiewaarde. De bank vraagt voor een tophypotheek een hogere rente. Deze hogere rente wordt meestal geheven over de hele lening in plaats van uitsluitend over de top. De totale 'topopslag' kan oplopen tot 0,5%. Soms bestaat de verplichting om de top versneld af te lossen.
- Topopslag
Extra verhoging van de rente die geheven wordt bij tophypotheken.
- Traditionele levenhypotheek
De levensverzekering die aan de hypotheek is verbonden, levert meestal veel onduidelijkheid op: over de samenstelling van de premie, over het rendement dat wordt vergoed en over de (meestal hoge) kosten die worden ingehouden op het rendement, het spaarkapitaal en op de eventuele afkoopwaarde bij tussentijdse beëindiging. De 'vereniging eigen huis' beschouwt dit als een achterhaalde hypotheekvorm. Zie ook 'Levenhypotheek'.
- Transportakte
Deze akte wordt door de notaris opgemaakt bij de koop en verkoop van een woning. Het wordt ook wel een akte van levering genoemd. De akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
- Transportaktekosten
De registratiekosten, kadastrale rechten en kosten voor de officiële akte die door de notaris worden gemaakt bij de overdracht van een woning.
- Tweede hypotheek
Bij voldoende overwaarde is het mogelijk een tweede hypotheek op de woning te nemen om bijvoorbeeld extra geld voor een verbouwing vrij te maken.
- Tweeverdienershypotheek
Hypotheek die op twee inkomens wordt verstrekt.
Regeling binnen de Nationale Hypotheek Garantie op grond waarvan het tweede inkomen geheel of gedeeltelijk kan meetellen bij het bepalen van het maximaal te lenen bedrag.
-
U
- Uitgestelde lijfrente
Toekomstige periodieke uitkering op basis van een lijfrenteverzekering die ingaat op een vooraf overeengekomen datum, bijvoorbeeld op het moment van pensionering. Zie ook 'Lijfrenteverzekering'.
- Uitstelrente
Begrip uit het model koop-/aannemingsovereenkomst. Als men een nieuw huis laat bouwen wordt dit in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens (naarmate de bouw vordert) de resterende termijnen. Zolang de eigendomsoverdracht van de grond nog niet heeft plaatsgevonden, heeft de koper recht op uitstel van betaling van de grond- en bouwtermijnen. Over dit uitstel van betalen wordt door de bouwer wel rente in rekening gebracht. De uitstelrente wordt berekend over: - de grondkosten vanaf de 'per-datum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht (grond-rente); - de vóór het sluiten van de overeenkomst reeds vervallen termijnen van de aanneemsom vanaf de 'per-datum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht; - de overige termijnen van de aanneemsom vanaf de 'vervaldatum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht. De uitstelrente over de termijnen van de aanneemsom is fiscaal aftrekbaar. Dat geldt ook voor de uitstelrente (incl. BTW) over de grondkosten.
- Unit Linked Verzekering
Een verzekering waarbij voor de spaarpremie units worden aangekocht. Deze units zijn beleggingsfondsen waarbij gekozen kan worden uit aandelen -, obligaties - en mixfondsen. In tegenstelling tot Universal Life worden bij Unit Linked allemaal modules aan elkaar gehangen, die opgeteld de premie vormen, dus spaardeel + kosten + risicodekking + AO- dekking is de totale premie. Bij Universal Live komt de afgesproken premie in 1 of meerdere fondsen en van daaruit worden telkens voor alle modules participaties verkocht om dit deel van de premie te voldoen. Dit is goedkoper dan Unit Linked
- Universal life verzekering
Een verzekering waarbij de ingelegde premies worden belegd in units. Deze worden weer verkocht om bepaalde dekkingen zoals overlijden te financieren. Zie ook Unit Linked verzekering.
-
V
- Variabele rente
Men komt geen rentevaste periode overeen bij het aangaan van een hypotheek maar betaalt steeds de dan geldende rente voor nieuw af te sluiten hypotheken. De variabele rente kan per dag, per maand, per kwartaal of per half jaar achteraf of vooraf worden vastgesteld.
- Vaste inschrijving
Inschrijving in het hypotheekregister, waarbij de hypotheeknemer niet meer kan vorderen dan de openstaande hypotheekschuld vermeerderd met rente en kosten, maar nooit meer dan het bedrag van de inschrijving.
- Vereniging van eigenaren
Een wettelijk verplichte vereniging indien er sprake is van een pand met meerdere eigenaren. Afgekort VVE. Een appartementseigenaar is automatisch lid van de vereniging van eigenaren. De vereniging behartigt de belangen van de gezamenlijke eigenaren. De vereniging voert het beheer over de gemeenschappelijke zaken, gedeelten van het pand, verzekeringen en financiën.
- Verhuisregeling
In de hypotheekvoorwaarden wordt aangegeven onder welke voorwaarden de hypotheek mag meeverhuizen.
- Verkrijgingskosten
De totale kosten van het in eigendom verkrijgen van een huis, dat wil zeggen de aankoopprijs inclusief alle bijkomende kosten. Denk aan de kosten van verhuizing en inrichting. En eventueel: kosten voor aanleg van de tuin en verbouwing en verbetering van het huis.
- Vermogensrendementsheffing
Vermogensrendementsheffing is het begrip voor de wijze waarop in Box 3 het vermogen minus de schulden wordt belast. De belasting in box 3 komt neer op een tarief van 1,2% over uw huidige vermogen na aftrek van mogelijke vrijstellingen of schulden.
- Verpanden
Een levensverzekering wordt via de hypotheekakte verbonden met de hypotheek als verplichting tot aflossing.
- Vertragingsrente
Als u bouwtermijnen te laat betaalt, kan de bouwer u rente in rekening brengen.
- Verwervingskosten
De bijkomende kosten (naast de aankoopsom) bij de koop van een huis. De verwervingskosten bestaan onder andere uit de financieringskosten en de overdrachtsbelasting (bestaand huis), eventueel meerwerk en rente tijdens de bouw (nieuwbouwhuis).
- Vol eigendom
Heet ook wel onbezwaard eigendom. Eigendom dat niet is belast met enig recht, zoals bijvoorbeeld een hypotheekrecht, een huurrecht.
- Voorlopige (belasting)teruggaaf
De bezitter van een eigen huis kan bij de Belastingdienst een aanvraag indienen om de geschatte belastingteruggave alvast maandelijks terug te ontvangen.
- Vrij op naam (v.o.n.)
De wettelijk te maken kosten zijn inbegrepen in de koopsom. Het betreft hier de BTW of overdrachtsbelasting, de kadastrale kosten en de notariskosten voor de transportakte. Afgekort als v.o.n. Zie ook. kosten koper.
- Vrij te aanvaarden
Een vrij te aanvaarden huis is leeg en kan direct bewoond worden door de koper. In die toestand is een huis meer waard dan als het in bewoonde staat verkocht wordt. Vaak wordt 60% van de 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoonde staat'.
- Vrije verkoopwaarde
Waarde van de woning vrij van huur en gebruik als deze vrij op de markt kan worden verkocht.
-
W
- Waarborgfonds
Eigen Woningen De Garantie en Waarborgregeling is een borg- of garantstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) wordt afgegeven voor een hypotheek. Voor het bedrag van de borgstelling kan de koper altijd een hypotheek afsluiten. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de normen van het WEW. De aanvraag loopt via de geldverstrekker of de tussenpersoon waar de hypotheek wordt afgesloten.
- Waarborgsom
Een zekerheidsstelling van de koper aan de verkoper dat deze de woning mogelijk zal kopen. Deze bedraagt maximaal 10% van de koopsom en kan ook via een bankgarantie geregeld worden.
- Waardegrondslag
De gemeente moet de waarde van onroerende zaken als basis voor de onroerende zaakbelasting hanteren.
- Waardepeildatum
De datum waarop de gemeente de WOZ-waarde van de onroerende zaak heeft vastgesteld. Om de vier jaar wordt de waarde opnieuw vastgesteld. In de tussenliggende periode geldt de waarde van de laatste peildatum.
- Wegneembeding
Hypotheekbeding waardoor aan de geldlener het recht wordt ontnomen om latere verbeteringen aan de woning weer ongedaan te maken.
- Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ)
Een waarde toekenning door de gemeente aan een woning bepaald door de overheid volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken. Over deze waarde gaat de bewoner een bedrag betalen aan eigenwoningforfait en onroerend zaakbelasting. De waarde zit meestal iets lager dan de marktwaarde maar hoger dan de executiewaarde van het huis.
- Wettelijke rente
Rente die de schuldeiser in rekening mag brengen wanneer de schuldenaar, ondanks sommatie, nalatig is te betalen. De hoogte van de wettelijke rente wordt periodiek door de overheid vastgesteld.
- Winstdeling
Bij traditionele levenhypotheken spaart men via de premiebetalingen een bedrag waaruit later de hypotheek wordt afgelost. Over dit spaardeel ontvangt de (verzekerings)maatschappij rente. De verzekerde kan hierin meedelen, als de polis tenminste een winstdelingsclausule bevat.
- Woningverbeteringssubsidie
In bepaalde gevallen is voor verbeteren van een bestaande woning subsidie te verkrijgen. Inlichtingen kunt u krijgen bij de gemeente. De gemeente beslist over de toekenning.
- Woonlasten
Alle kosten die het wonen met zich meebrengt, inclusief stookkosten, de kosten voor nutsvoorzieningen, eventuele servicekosten, reserveringen voor onderhoud, onroerende zaakbelasting en verzekeringen.
Zoek uw adviseur
Vul uw woonplaats in en vindt de adviseur bij u in de buurt



